Heerenveen reglement

Veiligheid

Het dragen van handschoenen en een helm is verplicht. 

Wie mogen er op de baan?

De schaatsbaan is alleen toegankelijk voor sporters, begeleiders, juryleden en mensen die bij de organisatie betrokken zijn. Het publiek kan rondom de baan plaatsnemen. De baan is ter hoogte van de ingang te betreden.  Deelnemers die nog geen wedstrijd rijden, mogen alleen schaatsen op de inrijbaan aan de binnenzijde van de wedstrijdbaan. Dus niet in de wedstrijdbaan. Begeleiders mogen alleen in de inrijbaan komen.  Let bij het oversteken van de baan op de wedstrijdrijders. Er staan mensen van de organisatie om het oversteken te begeleiden. Steek alleen over op de hiervoor aangegeven plaats. 


De indeling

Aan de hand van het algemeen reglement van Special Olympics worden de sporters zoveel mogelijk ingedeeld naar geslacht en het al dan niet gebruik maken van een rekje. Er is rekening gehouden met de aangegeven categorie, waarbij per categorie twee afstanden worden gereden. Met behulp van de opgegeven richttijden worden per categorie de divisies ingedeeld. In een divisie worden minimaal drie en maximaal acht sporters geplaatst met een zelfde sportief niveau. 


Klassement

Alle schaatsers zijn ingedeeld in divisies. In elke divisie rijdt iedereen in zijn/haar categorie twee afstanden. Er zal een klassement opgemaakt worden per afstand. 


Communicatie

Alle communicatie aangaande het verloop van de wedstrijd vindt plaats via de wedstrijdleider. 


De wedstrijdbaan

De wedstrijdbaan is de 400 meterbaan. De startplaats verschilt per afstand en komt overeen met de gebruikelijke plaatsen voor de verschillende afstanden. Via de omroep zal de startplek worden omgeroepen. De begeleider van de sporter mag alleen op de inrijbaan, dus de binnenbaan, met de sporter meerijden. Hij/zij mag beslist niet op de wedstrijdbaan meerijden (voor mensen met een visuele handicap wordt van deze regel afgeweken). 


Startprocedure

Als de namen en rugnummers van de schaatsers worden opgeroepen via de geluidsinstallatie gaan zij direct samen met hun begeleider naar de assistent-starters. De assistent starter controleert voor de start of het wedstrijdnummer goed zichtbaar op de rug is bevestigd en of de schaatser handschoenen en een helm draagt. De schaatser wordt door de assistent-starter naar de start geleid. In iedere rit rijden twee schaatsers tegen elkaar. Bij de langere afstanden wordt in kwartetten gestart. Als de starter "Naar de start" roept gaan de rijders naar de startstreep en blijven rechtop stilstaan. Bij het commando "Klaar" gaan de schaatsers in de starthouding staan en. Beide schaatsen moeten vóór de streep zijn. Bij een rekje mag deze over de startlijn geplaatst worden. Pas als het startschot klinkt mogen de schaatsers wegrijden. Daarna roept de starter de rijders voor de volgende rit naar de start, enzovoorts. De finish tijd is het moment dat de eerste schaats van de rijder de finishlijn passeert. Na de rit gaan de schaatsers meteen naar de inrijbaan, zij mogen niet op de wedstrijdbaan blijven schaatsen. 


Tijdwaarneming

Tijdens de wedstrijden zal gebruik worden gemaakt van de elektronische tijdwaarneming. Let op alleen schaatsers die een wedstrijd rijden mogen de finishlijn passeren.