• Home
  • Nieuws
  • Maria Hijman onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Maria Hijman onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Maria Hijman, lid van de adviescommissie en bidcommissie van Special Olympics Nederland, heeft afgelopen woensdag de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau gekregen. Maria kreeg haar onderscheiding vanwege haar werkzaamheden bij de Universiteit Utrecht, haar maatschappelijke betrokkenheid, haar betrokkenheid bij Special Olympics en de Vereniging voor Integratie.

Als moeder van ambassadeur Lize Weerdenburg is Maria als ervaringsdeskundige van grote waarde voor Special Olympics Nederland. Maria zet de rol van familie centraal en benadrukt het belang van familie. Zonder de steun van ouders zal geen kind starten met sporten. 

Tegelijkertijd zorgt zij voor een nieuwe ‘mindset’ bij familieleden van mensen met een verstandelijke beperking. Gezien de zorg voor hun kinderen groot is en er geen vergelijking is, is het lastig in te schatten wanneer kinderen ‘losgelaten’ kunnen worden. Wanneer haal je de zijwieltjes eraf? Bij kinderen zonder beperking rond 5 jaar, maar kinderen met beperking? Er heerst in het algemeen een wat overbezorgd klimaat en Maria weet dat met positieve voorbeelden te doorbreken. Zij stimuleert familieleden om vertrouwen te hebben in de mogelijkheden van kun kinderen en trots te zijn op de prestaties die ze behalen.

Naast haar vrijwilligersfunctie bij Special Olympics Nederland kreeg Maria de onderscheiding ook voor haar werkzaamheden bij de Universiteit Utrecht. Als adviseur wetenschapsbeleid van het college van bestuur had zij een spilfunctie in de ontwikkeling van onder meer het zwaartepuntenbeleid, de onderzoekscholen en de strategische thema’s. Vervolgens heeft zij een belangrijke rol gespeeld bij de samenvoeging van vijf verschillende faculteiten (en bijbehorende culturen) tot één faculteit Bètawetenschappen.

In haar beginperiode aan de universiteit heeft zij, als ‘kritisch biologiestudente’ gepoogd de positie van vrouwen binnen de bètawetenschappen te verbeteren. Zij maakte deel uit van een projectgroep vrouwenstudies biologie die gelieerd was aan de wetenschapswinkel Biologie en die aan de wieg stond van bèta vrouwenstudies in Nederland. Haar eerste baan aan de universiteit was een vervolg hierop: Maria begon in 1981 als coördinator vrouwenstudies en was in die hoedanigheid mederedacteur van het eerste bèta vrouwenstudieboek in Nederland: ‘Een Barst in het Bolwerk’ (1986).

Maria kreeg de onderscheiding ook voor haar maatschappelijke betrokkenheid. Haar huis bood de afgelopen decennia onderdak aan zeker tien, doorgaans jongere mensen om hen te helpen hun leven weer goed op de rails te krijgen. De duur van dat verblijf varieerde van enkele maanden tot enkele jaren. In haar huis vonden zij niet alleen een tijdelijk thuis, maar vooral ook goede raad, praktische hulp en altijd een luisterend oor. Deze jongeren beschouwen Maria dan ook als een
tweede moeder.

Tot slot was Maria ook actief als (bestuurs)lid van de Vereniging voor Integratie in het reguliere onderwijs van kinderen met
het syndroom van Down, de VIM. Zij heeft veel werk gedaan om ervoor te zorgen dat deze kinderen niet als uitzondering gelden maar gewoon kunnen meedoen.